Veteranenontmoeting (2)

Op dinsdagochtend 17 september druppelen negen groepen kinderen van groep 7 en 8 theater De Blauwe Kei binnen. Er staat hen een indrukwekkende ochtend te wachten waar de tweede wereldoorlog voor veel kinderen heel dichtbij zal komen.


De kinderen krijgen eerst een documentaire te zien. De documentaire gaat over drie jonge mensen die de plaatsen en oorlogsveteranen uit de oorlogsspelletjes die ze thuis graag spelen op de computer in het echt gaan ontmoeten en ontdekken ze de verhalen erachter. Terwijl een computerspelletje vaak gespeeld wordt zonder er al te veel bij na te denken, beseffen de kinderen zich nu dat dit eigenlijk heel realistische beelden zijn met ernstige gevolgen. Veel kinderen en ook de volwassenen pinken nog een traantje weg als het licht weer aan gaat en er wordt nagepraat: “Ik vond het schokkend” vertelt een jongetje aan zijn juf”, “Mijn oma heeft dit echt meegemaakt” hoor ik verderop in de zaal, en voor me: “ik moest huilen”, “ik ook bijna” antwoordt zijn vriendje.


De documentaire heeft duidelijk veel indruk gemaakt. De kinderen hebben zich helemaal verplaatst in de soldaten uit de tweede wereldoorlog. Maar het is nog niet afgelopen, want nu mogen de kinderen zelf in gesprek met oorlogsveteranen uit de tweede wereldoorlog. Na het zien van de documentaire begrijpen we wel hoe bijzonder het is dat zij de oorlog overleefd hebben en het verhaal nog aan ons kunnen navertellen.

Terwijl de kinderen zich verspreiden naar de kleinere zalen van CHV Noordkade wachten daar op iedere groep twee oud soldaten van over de 90 op de groep kinderen. Omdat de veteranen engels spreken worden de vragen en de antwoorden steeds vertaald door een medewerker van Jumbo. Maar ondanks de taalbarrière is het een bijzondere ontmoeting en is de bewondering van de kinderen voor deze mannen, en andersom, ook voelbaar aanwezig.

Er worden oprechte en ontwapenende vragen gesteld en bijzondere verhalen verteld. Zo vertelt veteraan Richard Klein dat hij geland is in Eerde. Daar heeft hij bij een familie aangebeld om te vragen of hij zijn wapens in de tuin mocht begraven. 30 jaar na de oorlog is hij terug gegaan en heeft daar weer aangebeld. De man die open deed was in de tijd dat Klein daar aanbelde nog maar een klein jongetje, maar herkende hem meteen.

De kinderen zijn benieuwd naar hoe het precies was tijdens de oorlog, wat ze moesten doen, of ze vrienden hadden, of ze gewond raakten, maar vooral ook hoe ze zich voelden toen ze zich als jonge soldaat zich in die situatie bevonden. “Moest je huilen tijdens de oorlog?”, vraagt een jongetje aan meneer Guy Widden, die daarop eerlijk antwoord geeft: “ik wilde wel huilen” vertelt hij, “maar mijn vader zei altijd 'mannen huilen niet', dus ik deed het niet. Toen niet, maar later wel. Later heb ik geleerd dat het goed is om te huilen, ook voor mannen. We hebben onze tranen gekregen om ons verdriet te kunnen uiten. Je kunt natuurlijk niet altijd huilen. Als je verdrietig bent huil dan, maar als je blij bent, dan lach!”

De ontmoeting wordt afgesloten met een cadeau van de kinderen aan de veteranen. Zij geven een kaart waarop de kinderen in losse woorden hebben omschreven wat voor hen vrijheid betekent en op de achterkant: “For we will never forget! Thank you so much!”

De veteranen worden nog persoonlijk bedankt met een hand en soms zelfs met een knuffel. Het was een bijzondere ontmoeting, zowel voor de veteranen als voor de kinderen. Dat zullen ze inderdaad niet snel vergeten, want de tweede wereldoorlog heeft voor hen met deze ontmoeting letterlijk een gezicht gekregen.