In de praktijk

Maandelijks starten we de nieuwsbrief met een stukje uit de praktijk, deze keer is Astrid Kwaspen, locatieleider van bs de Beemd in Schijndel aan het woord.


Als kind ben ik opgegroeid in een fijn, klein Brabants dorp. In die jaren ging veel energie in carnaval zitten. Hele straten en families bouwden carnavalswagens, knutselden decors voor voorstellingen en schreven liederen en muziek. Heerlijk! Verder herinner ik me van de basisschooljaren een bezoek aan een oorlogsmuseum. Andere uitstapjes stonden hoofdzakelijk in het teken van sport en spel. De lessen geschiedenis en de creatieve vakken zijn me niet zo goed bij gebleven – wellicht is dat veelzeggend.  

Na de Pabo in Culemborg kwam ik voor de klas. Een openbaring: ik werd met uiteenlopende culturen geconfronteerd. Van Aziatisch en Arabisch tot Turks en Nederlands. Het intrigeerde me: ik kwam in aanraking met andere rituelen, feesten, eetgewoontes, muziek, kleding. Om een wij-gevoel te creëren, organiseerden we markten. Zo konden kinderen zich aan elkaar presenteren. Toen viel het mij op dat de ‘Nederlandse kinderen’ minder bedreven waren in het vertellen over vieringen, rituelen, familiegeschiedenissen, tradities of kleding. Voor hen was alles vanzelfsprekend – terwijl het dat niet was! Het moedigde mij aan om veel energie te steken in het ontdekken van je leefomgeving.

Dansweek    

Na acht jaar kwam ik op een heel ander schooltje terecht. Cultuur en natuur stonden er erg hoog in het vaandel. Voor elk schooljaar werkten enthousiaste teamleden vier cultuur- en/of natuurthema’s uit. Iedereen wist waar ie aan toe was. Naar mijn mening zit daar al een groot deel van het succes: eigenaarschap bij het team, tijdig plannen en ondersteuning organiseren. Zo wordt het veel meer een onderdeel van je curriculum en geen loszandproject.

Opnieuw acht jaar later ging ik als locatieleider op basisschool De Beemd in Schijndel aan de slag – mijn huidige functie. Daar lag al een goed beleidsplan voor cultuuronderwijs. Een bevlogen cultuurcoördinator trok er de kar. Als voorloperschool kregen we de uitgelezen kans om onze huidige inspanningen en dromen te evalueren. Oogmerk: schoolbreed een doorgaande lijn in cultuureducatie realiseren. Elk jaar wilden we inzetten op een bepaalde discipline en oog houden voor de directe leefomgeving.

Wat dat vergde? In ieder geval verscherpte aandacht en tijd. Want alle vaste uitstapjes en projecten werden keurig ingeroosterd, maar nieuwe ideeën verlangden extra motivatie. Onder tijdsdruk sneuvelden zij vaak als eerste. In dat besef hebben we afgelopen jaar de keuze gemaakt om één week volledig in het teken van één discipline te zetten. Van woord naar daad: met de hulp van een inspirerende vakdocent, thema’s waar elke groep uit kon putten, lesvoorbereidingen en stut en steun van ouders werd onze dansweek een groot succes.  

Leerlingen die dansen niet zagen zitten, raakten laaiend enthousiast. Dankzij de vakdocent lieten zelfs teamleden hun aarzeling varen. Ze dansten! De explosie van energie bracht ons tot ver buiten ons postcodegebied: de dansweek werd een Caraïbische, Aziatische, Chinese en Europese beleving! De dansweek heeft me extra scherp laten zien waarin het succes versleuteld ligt: in eigenaarschap, beleving en enthousiasme, maar vooral in het onderschrijven van de belangrijkheid van cultuureducatie.