Van coole kerk tot mooie moskee

Waarom gaat de één naar de kerk, de ander naar de synagoge en weer een ander naar de moskee?


Hoe komt het dat in de kerk de beeltenis van Jezus overal te zien is, terwijl in de moskee alleen teksten te lezen zijn? En geloven we allemaal iets anders of lijken onze overtuigingen stiekem best wel op elkaar? Tijdens Expeditie Heilige Huisjes, een programma voor de basisscholen in Meierijstad, komt het allemaal aan bod. We sloten aan bij groep 7 van HUB/Wissel basisschool in Veghel. “De vorm van de kerk is gewoon een kruis! Zó cool!”

Expeditie Heilige Huisjes is een programma dat wordt aangeboden door Cultuurkade Meierijstad voor de groepen 7 en 8 van de basisscholen. Het combineert een lesprogramma in de klas met een bezoek aan drie religieuze gebouwen in de omgeving: de voormalige Joodse Synagoge, de H. Lambertuskerk en de Selimiye Moskee, alle drie in Veghel. “Helaas kunnen we bij de synagoge niet meer naar binnen; die is niet meer in gebruik”, vertelt André Velthausz, koster van de kerk en gids voor Heilige Huisjes bij zowel de synagoge als de kerk. “Bij de synagoge vertel ik de verhalen terwijl we voor het gebouw staan, bij de kerk kan dat binnen. Ik vind het belangrijk dat we deze verhalen vertellen. Kinderen zien daardoor het verschil tussen de religies, maar misschien nog wel belangrijker: ze zien de overeenkomsten. Ieder geloof heeft zijn eigen god, maar ik denk dat het dezelfde god is, waarbij we grotendeels dezelfde overtuigingen hebben. Dat inzicht vind ik heel waardevol om mee te geven.”

Verhalen met betekenis
Dat vindt ook José Poort, leerkracht van groep 7 van HUB/Wissel. “Juist in deze tijd is het belangrijk dat we meer over elkaars cultuur leren”, zegt ze. “Aan de hand van de gebouwen gaan die verhalen echt leven voor kinderen. Doordat ze het ervaren, onthouden ze het bovendien beter. De verhalen die rondom deze gebouwen verteld kunnen worden, hebben betekenis. Ze vormen een leidraad om meer van elkaar te gaan begrijpen. Ik vind het bovendien belangrijk dat we het naar het nu trekken: wat kun je hiervan leren voor je eigen leven? Het maakt gesprekken los. Om het laagdrempelig te houden voor mijn leerlingen, maak ik het bewust niet te zwaar. Ik wil ze vooral meegeven wat ze er nú in hun leven mee kunnen.”

“De verhalen die rondom deze gebouwen verteld kunnen worden, hebben betekenis. Ze vormen een leidraad om meer van elkaar te gaan begrijpen.”

Een mooi voorbeeld van hoe ze dat doet, geeft juf José tijdens het bezoek aan de kerk deze ochtend. Bij de biechtstoelen mogen de kinderen zelf ervaren hoe dat ging, biechten. “Kijk, jij bent nu de pastoor en jij de biechteling”, zegt André. “Jij vertelt nu wat je allemaal fout hebt gedaan, zelf was ik bijvoorbeeld wel eens brutaal tegen mijn meester. En uiteindelijk worden je zonden vergeven.” “Dat kan je helpen hè”, zegt juf José. “Want je praat nu dan misschien niet meer met een pastoor, maar praten met iemand lucht wel op, jongens en meisjes!” Behalve de biechtstoelen komt nog een groot aantal andere zaken in de kerk aan bod, van het doopvont tot de knielkussentjes, de preekstoel, het klokje dat geluid wordt als de mis begint (de leerlingen mogen zelf het klokje luiden), de zeven sacramenten en nog véél meer. “Wat is dat paard daar?” vraagt een meisje, terwijl ze naar de nok van de kerk wijst. “Dat is geen paard, dat is een schaapje”, zegt André. “Wij zien Jezus als onze herder, en wij zijn zijn schaapjes. Daarom is daar een schaapje afgebeeld.”

Kleren afgepakt
“Ik vond het leuk om in die biechthokjes te zitten!” zegt één van de meiden uit de klas na afloop. “Ik vond juist de schilderijen heel mooi!” zegt een ander meisje. “Die verhalen die daarbij horen… Dat Jezus zijn eigen kruis moest dragen, en toen werden ook nog zijn kleren afgepakt! Dat vond ik best heftig. En ook interessant! Ik ben één keer eerder met mijn oma in de kerk geweest. Maar in de moskee nog nooit!” “Ik vond de vorm van het gebouw het coolst”, zegt een ander meisje. “De vorm van de kerk is gewoon een kruis hè! Zó cool!”

Na een pauze gaat het gezelschap richting de Selimiye Moskee, waar bestuurslid en gids Halil Ibrahim Acar het gezelschap hartelijk ontvangt. “Nee nee, je hoeft hier nog niet je schoenen uit te doen!” zegt hij lachend wanneer een aantal kinderen al direct hun veters begint los te trekken. “We gaan eerst onze handen wassen in de wasruimte hier. Willen jullie jezelf ook wassen?  Ja, is iedereen rein? Dan gaan we hier naar boven. En híér mag je je schoenen uitdoen.” Ook in de moskee komt een breed scala aan onderwerpen aan bod, waarbij de leerlingen door Halil Ibrahim uitgenodigd worden om mee te denken, praten én doen. “Waarom zie je hier allemaal taal?” vraagt een jongen. “Dat is omdat wij geen afbeeldingen mogen hebben van Mohammed en Allah. Daarom schrijven we hun namen liever op.” Zo gaat het van de preekstoel naar de koran, de ramadan, de richting die moslims aanhouden als ze bidden (“Hoe kun je dat eigenlijk bepalen?”), het zelf bidden zoals moslims dat doen en nog veel meer. Ook de armenbelasting komt aan bod, want: “Goede mensen helpen elkaar. Helpen jullie elkaar op school ook?”

“Ik hoop dat ze dit meenemen voor de rest van hun leven!”

Jezus, Jozef en Abraham
“Hé, daar staat Jezus”, zegt een meisje, wanneer de kinderen rondom de koran drommen. Op een vel dat tegen de muur hangt, staan allerlei namen, waarvan er vele ook voor christenen bekend zijn. Halil Ibrahim lacht: “Ja, wij hebben in onze geschiedenis veel dezelfde verhalen als de christenen. Kijk, hier staat bijvoorbeeld Jozef, die kennen jullie vast ook. En Abraham, en Noach…” “Ja, van die boot, met al die dieren!” “Precies!”

Terwijl de ochtend op zijn einde loopt, kijkt Halil Ibrahim met een glimlach hoe de kinderen hun schoenen weer aantrekken en naar buiten lopen. “Ik vind dit zó leuk om te doen”, zegt hij. “Kinderen stellen zo’n interessante vragen. Hoe weet je dat een meisje niet kaal is als ze een hoofddoek draagt? Of: hoe leren jongens en meisjes elkaar kennen als ze elkaar niet mogen zien? Hele goede en soms ook hele grappige vragen! Ik vertel graag aan kinderen wat we doen en waarom we dat doen. Als je elkaars gebruiken kent, dan ga je elkaar respecteren. Heel vaak krijg ik na een rondleiding de reactie ‘wat fijn dat ik dit weet nu’. Daar doe ik het voor. Zéker voor kinderen is dit belangrijk. Want wat je als kind meemaakt, onthoud je beter. Ik hoop dat ze dit meenemen voor de rest van hun leven!”

Tekst: Dinges Tekst & Tekstadvies
Foto's: Van Assendelft fotografie