Is het oké om af en toe ‘nee’ te zeggen? Of om gewoon eens chagrijnig te zijn? Wat moet eigenlijk écht en wat hoeft niet per se?
In de Grote Kleine Voorleesshow - De NEEhoorn, komen deze en andere vragen aan bod. En dat zorgt niet alleen voor hilarische, grappige en leerzame momenten, maar ook voor de nodige ontroering. “Soms breekt mijn hart bij wat die kinderen zeggen.”
“Kunnen jullie lezen wat hier staat?” vraagt voorlezer/actrice Rebecca, terwijl ze een bordje omhoog houdt met ‘nee’ erop. “Nee!” roept groep 3 van basisschool De Ark in Veghel. “Huh?” zegt Rebecca. “Ik dacht dat jullie konden lezen.” “Ja, dat kunnen we ook!” roepen de kinderen. “Ah mooi, dus kunnen jullie lezen wat hier staat?” “Nee!” “Nou, dan proberen we deze,” vervolgt Rebecca, terwijl ze een bordje met ‘wat’ omhoog houdt. “Kunnen jullie lezen wat hier staat?” “Wat!” roepen de leerlingen. “Kunnen jullie dit nou óók niet lezen?” En terwijl ze een ander bordje omhoog houdt, waar ‘welles’ op staat, roept de klas in koor: “Welles!” Terwijl de kinderen lachen, joelen en door elkaar roepen, verzucht Rebecca: “Ik snap er niks van.”
Zo begint de Grote Kleine Voorleesshow – De NEEhoorn. De basis van de show wordt gevormd door het boek ‘De NEEhoorn’ van Marc-Uwe Kling, een dwars boek over niet mee willen doen, met veel humor en taalgevoel. Rondom het boek bouwde jeugdtheatergezelschap House of Nouws een taalfeestje, vol verrassende ingrediënten. Het is een voorstelling die op vele manieren de ontwikkeling van kinderen prikkelt: van het taalgevoel tot de persoonlijkheidsvorming.
De show begint met het voorlezen van het boek, waarin de dwarse NEEhoorn zijn (ogenschijnlijk) perfecte wereld ontvlucht, waar wolken gemaakt zijn van suikerspin en de zon altijd schijnt. Hij voelt zich niet op zijn plek, waarop zijn vader ‘nóg lila-liever voor hem wil zijn’. ‘Nee!’ roept de NEEhoorn.
“Niemand in het rijk der dromen, was ooit zo’n chagrijnige eenhoorn tegengekomen”, leest Rebecca voor. En daarom besluit hij weg te gaan. Op pad naar nergens. Tijdens zijn reis komt hij de Wat-beer, de Kus-mijn-kont-hond en de Welles-prinses tegen. De kinderen worden voortdurend betrokken bij het verhaal. “Wil jij me helpen met de sleutel van de toren?” vraagt Rebecca aan een meisje dat vooraan zit. En: “Wie houdt er van bloemen?” Het verhaal eindigt uiteraard niet met ‘ze leefden nog lang en gelukkig’, maar met prachtige conclusies als: ‘De Wat-beer hoort slecht, maar soms luist-ie gewoon niet goed’. En: ‘Samen een slecht humeur hebben is beter dan alleen.’
“In dit boek zitten allerlei waardevolle lessen”, zegt Rebecca na afloop. “Zoals dat je soms ook ‘nee’ mag zeggen tegen dingen. Ik bedoel; het hoort erbij dat je soms dingen moet, maar er zijn ook dingen niet níét per se hoeven. Het is heel belangrijk dat kinderen dat verschil aan gaan voelen en leren luisteren naar zichzelf. Sommigen kunnen dat al heel goed, anderen hebben er nog moeite mee. Daarnaast komt de vraag aan bod: wat nou als je even niet blij bent? Het leven bestaat niet alleen uit eenhoorns en regenbogen. Dat mag en die gevoelens mogen er ook zijn. De personages in het verhaal laten elkaar daar ook heel erg vrij in. Ze faken niks en proberen elkaar niet te veranderen.”
Maar met alleen het voorlezen van het boek, is de show nog lang niet afgelopen. “Je ziet hier op tafel allemaal ‘nee’s’ staan”, zegt Rebecca. “Ze zien er allemaal anders uit en ze klínken ook allemaal anders.” Ze houdt een bordje met een heel kleine ‘nee’ omhoog. “Hoe zou deze klinken?” “Nee”, fluistert een meisje. “Ja! Fantastisch!” zegt Rebecca. Vervolgens komen bordjes met allerlei vormen van ‘nee’ voorbij: één waarbij de letters schuin naar beneden geschreven zijn en de stemhoogte van de leerlingen automatisch van boven naar beneden gaat, één in hoofdletters, dicht bij elkaar geschreven, waarbij de leerlingen resoluut ‘nee’ roepen en één waarbij het woord geschreven is op een vlag, waarbij de leerlingen zangerige, langgerekte ‘neeeeeheeeee’s’ produceren.
Na deze voorbeelden mogen ze zelf met een stift en blaadje aan de slag met het verzinnen van hun eigen ‘nee’. “Het is vooral belangrijk dat je duidelijk maakt hoe jouw ‘nee’ klinkt”, zegt Rebecca. Eén van de jongens begint meteen fanatiek te schrijven en kleuren, een meisje denkt juist lang na. Uiteindelijk komen de meest creatieve tekeningen en schrijfsels tevoorschijn, die de kinderen aan elkaar presenteren, terwijl ze in een kring staan. Van een piepkleine, hele zachte ‘nee’ tot een langgerekte (met heel veel e’s) en zelfs een blaadje waarop een leerling maar liefst vijf keer ‘nee’ heeft geschreven, van heel klein tot heel groot. “Geweldig!” prijst Rebecca de leerlingen.
“De NEEhoorn zei ‘nee’ omdat-ie nergens zin in had,” vervolgt ze. “Hebben jullie dat ook wel eens?” “Ja!” “Wie wil daar iets over vertellen?” “Ik moet van papa per se een uur buitenspelen”, zegt een meisje. “Mijn zus wil altijd Minecraft doen en dat vind ik stom, want dan wil ze niet met mij spelen”, zegt haar klasgenootje. “Als ik bij Monkeytown ben, dan wil ik soms even rust. Maar dat vinden papa en mama niet goed; ze vinden dan dat ik lekker moet spelen. Maar dat wil ik niet!” “Het is duidelijk”, zegt Rebecca. “Wij moeten in protest. Wie weet wat dat is?” “Dat is met zo’n bord, en dat je dan iets roept”, zegt één van de leerlingen. “Precies”, zegt Rebecca. “En dat gaan wij nu doen. Roep mij maar na: wij zijn groep 3!” “Wij zijn groep 3!” Rebecca: “En wij zeggen nee!” “Wij zeggen nee!” “Nee tegen per se een uur buiten spelen, nee tegen Minecraft en nee tegen niet mogen rusten!” Terwijl de kinderen het herhalen, staat Rebecca op. “En nu met jullie bordjes in de lucht. Kom maar in een rij achter mij aan!” Zo gaat een rij kinderen, met Rebecca voorop, al protesterend door de ruimte. Terwijl in het begin een enkeling nog om zich heen kijkt (mag dit wel?), spatten het enthousiasme en de daadkracht al snel van de jonge gezichten. Dit vinden ze duidelijk heel erg leuk!
Nadat ze tot stilstand zijn gekomen, zegt Rebecca: “En nu mogen jullie nog één keer heel hard ‘nee’ roepen tegen alles wat je niet wilt.” Een oorverdovend gegil vult de ruimte. “Ik vind het fijn als ze zich veilig genoeg voelen om aan te geven wat hen dwarszit”, zegt Rebecca na afloop. “Sommigen zijn daar heel uitgesproken in, anderen praten bijvoorbeeld heel zacht. Juist bij die verlegen kinderen denk ik: volgens mij vind jij het moeilijk om ‘nee’ te zeggen. Heel vaak gaan de voorbeelden bij waar ze ‘nee’ tegen willen zeggen over ‘gewone’ dingen: over school of wat ze moeten eten. Maar ze vertellen ook dingen die dieper gaan. Dan breekt soms mijn hart. En van de andere kant denk ik: “Doe maar, juist voor jou is dit zó belangrijk!”
Tekst: Dinges Tekst & Tekstadvies