“Wat doe je met een poffer?” “Opeten!” “Haha ja, dat ook! Maar wie weet het écht?”
Deze woensdagochtend zijn de leerlingen van groep 1/2 van basisschool Franciscus uit Boskant te gast in het Museum van Brabantse Mutsen en Poffers in Sint-Oedenrode. Daar worden ze een paar uur lang ondergedompeld in de tijd van hun overgrootouders. Van dansen op klompen tot kantklossen, van schrijven op een krijtbordje tot de kruiden in de tuin ontdekken: ze wanen zich even in de (late) 19e eeuw. “Met deze spulletjes moet je héél voorzichtig zijn.”
Het bezoek aan het museum is onderdeel van het lesproject ‘Overgisteren’. Overgisteren bestaat uit twee voorbereidende lessen en het museumbezoek. Aan de hand van een koffer die ineens in de klas verschijnt, leren de kinderen over oude voorwerpen en maken ze kennis met (de functie van) het museum. De koffer blijft ook bij het museum een centrale rol spelen; als de kinderen bij het museum aankomen, staat de koffer al voor de deur. “Ha, híér is de koffer!” roept één van de leerlingen enthousiast. “Ik weet de code!” De vrijwilligsters van het museum, in klederdracht en met mutsen en poffers op hun hoofd, zorgen er vanaf het begin voor dat de geschiedenis voor de leerlingen tot leven komt.
In de binnentuin van het museum wordt de koffer uitgepakt. “Jullie zijn nu in het echte museum!” zegt één van de vrijwilligsters. “Ik had al tegen mama gezegd dat we vandaag naar het museum zouden gaan!” roept één van de leerlingen enthousiast. De voorwerpen in de koffer worden benoemd (“Met deze spulletjes moet je héél voorzichtig zijn”) en er volgt een uitleg over de ochtend: “Jullie mogen zes groepjes maken, die zes opdrachten gaan doen. En maak je geen zorgen, je mag allemaal álles doen!” Vervolgens komen er tal van activiteiten voorbij, op verschillende plekken in en om het bijna vijf eeuwen (!) oude pand. Een poffer versieren, ‘in bad’ in een oude teil, dansen op klompen, ontdekken hoe koffie vroeger gezet werd, ‘kantklossen’ en kennismaken met de toepassingen van verschillende kruiden. Het is een bijzonder veelzijdige ochtend waar deze jonge leerlingen zichtbaar van genieten.
Ilona Waals, leerkracht groep 1/2 basisschool Franciscus, Boskant
“Dit is al het derde jaar dat we meedoen met dit project”, vertelt Ilona Waals, de leerkracht van deze groep. “En het is altijd superleuk! Dat begint al met die koffer: die staat dan bij ons in de klas en roept meteen vragen op de bij de leerlingen: van wie zou die koffer zijn? Wat zit erin? Aan de hand van de koffer geven we twee basislessen over het museum, waarna dit bezoek volgt. Ik vind het heel goed dat ze leren hoe de gewone voorwerpen in hun dagelijks leven er vroeger uitzagen. En hoe de mensen leefden. Het verandert ook zó snel, een telefoonlijn kennen zij al niet meer. Door hier met ze over te praten, worden ze zich bewust van hoe technologie en voorwerpen in hun omgeving veranderd zijn. Meestal plan ik dit bezoek binnen een thema, dit jaar is dat toevallig niet zo. Maar het blijft heel waardevol!”
Ook de kinderen zijn enthousiast, zoals wel blijkt uit hun open monden, stille verwondering en de vingers die hartstochtelijk de lucht in gaan als er vragen worden gesteld. “Kijk eens even naar deze kast…” Leerling: “Vitrine!” “Ja, heel goed: vitrine inderdaad.” “Sommigen gaan heel fanatiek aan de gang, anderen blijven op de achtergrond, dat is mooi om te zien”, vertelt een vrijwilligster die uitleg geeft over oude voorwerpen in het huis, zoals de kachel en de koffiemolen, waarbij de leerlingen een grote kleurplaat van het pand mogen versieren met verschillende materialen. “Ook mooi aan deze opdracht is dat ze zien hoeveel moois je kunt maken met vrijwel kosteloos materiaal.” En tegen de leerlingen: “Weten jullie wat zo leuk is? Ieder knutselwerk wordt anders en dat is zó mooi!”
Vrijwilligster Museum van Brabantse Mutsen en Poffers, Sint-Oedenrode
De ochtend zit vol grappige gesprekjes. “Kijk, dit is kant.” “Het glittert!” “Waar staat het bed?” “Dat staat in het huis. Dit is het bákhuis: hier wasten en kookten de mensen, en ze gingen hier in bad.” “Wat is dit?” “Een broekje!” “Ja, maar niet zomaar een broekje, het is een snelplasonderbroek!” Een meisje dat een poffer opgezet krijgt, begint helemaal te stralen. “Zo’n poffer zetten de mensen alleen op als het feest was. Vandaag is er een bruiloft en jij mag op feest!” “Kennen jullie dat huis dat je daar op het plaatje ziet?” “Ja, dat is hier!” “Ik ga met jullie een toverfoefje doen! Want wij gaan zelf kant maken, maar dan nép, want echt is véél te moeilijk…” Leerlingen: “Oooohhh, wat knap!”
“Dit is zó dankbaar om te doen! Ze deden ook goed mee; ze keken echt hun ogen uit!” zegt één van de vrijwilligsters van het museum na afloop. “En we krijgen ook zo’n grappige reacties. Eén van de kinderen zei vorige week dat ze het bakhuis een beetje op de camping vond lijken. Want ook op de camping is er een gebouw waar je kunt wassen en afwassen en waar je warm water kunt halen… Een andere leerling maakte de vergelijking tussen de verbouwing bij haar thuis en het bakhuis. Zij woonden nu tijdelijk in een keet op hun perceel, omdat ze aan het verbouwen waren. Dat zijn grappige vergelijkingen!”
Bij het naar buiten lopen worden de leerlingen nog verrast met een laatste activiteit: ze mogen zelf water oppompen met de oude dorpspomp die voor de deur van het museum staat. “Proef het maar”, zegt één van de vrijwilligers. “Je kunt het drinken!” “Nog een keer! Nog een keer!” roepen de kinderen enthousiast. Maar aan alle leuke ochtenden komt een eind: “Fijn dat jullie er waren en de koffer teruggebracht hebben!” De vrijwilligsters van het museum zwaaien en de kinderen zwaaien uitbundig terug. Hun hoge stemmen galmen door de straten: “Doeoeoeiiii!”
NB. Het museumbezoek van Overgisteren kan ook plaatsvinden in het Museum Jan Heestershuis in Schijndel.
Tekst: Dinges Tekst & Tekstadvies