“Goedemorgen allemaal, ik heb een vraag voor jullie: wie kent Balenciaga?” Gejuich en vingers in de lucht. “En wie kent er Prada?”
Wederom gejuich en vingers. “Ik ken Gucci!” roept een jongen. “Heel goed! Jullie gaan zo naar een voorstelling kijken en ik wil jullie alvast wat vragen meegeven. Wat doet geld met jou? En wat betekent het voor vriendschap, of: voor de liefde, als de één meer heeft dan de ander? Ga maar eens goed kijken en luisteren. Veel plezier!”
Het is een maandagochtend in november, en de leerlingen van verschillende groepen 7 en 8 worden deze ochtend in Spectrum Schijndel ontvangen met de bovenstaande vragen. Ze gaan kijken naar de voorstelling ‘Ik heb ik heb wat jij niet hebt’ van het Eindhovense Jeugdtheatercollectief Wildpark. Al vóór binnenkomst in de zaal spreekt Lenneke Maas van Wildpark hen aan. Met prikkelende vragen zet ze de kinderen aan het denken. Bij binnenkomst in de zaal worden ze meteen wéér aangesproken. De twee acteurs, danseres Tegest en muzikant Woody, gaan met hen in gesprek. “Mooie broek!” zegt Tegest tegen een meisje. “Mag ik die hebben? Zou je ‘m voor me uitdoen? Nee? Maar ik vind ‘m écht héél mooi!” Zo volgen er meer bewonderende woorden van Tegest over de kleding van de binnendruppelende leerlingen. Haar conclusie: “Het zijn allemaal mooie kleren, die wil ik hébben!”
Als iedereen zit, vragen Tegest en Woody: “Wat zou je kopen als je héél rijk bent?” “Kleren!” “Een huis!” “Jouw haarstijl!” “Een zwembad!” En één van de kinderen zegt: “Ik zou het aan een goed doel geven.” Het wordt al gauw duidelijk: deze voorstelling gaat over geld. Tegest en Woody hóúden van geld: van smijten met geld, van mooie spullen, van bling bling. Ze houden van samen Nutella eten, zo uit de pot. Ook vertellen ze hoe ze zijn opgegroeid: Tegest in een weeshuis in Ethiopië, waarna ze geadopteerd werd door Nederlandse ouders. En Woody in de Eindhovense wijk Woensel-West, zonder vader. De kinderen worden ineens muisstil; je voelt de spanning in de zaal. Deze voorstelling blijkt niet alleen te gaan over bling bling, maar óók over kwetsbaarheid. In dikke lagen glitter.
Zo snel als de sfeer omsloeg naar stil en serieus, zo snel slaat deze ook weer om naar grotesk en brutaal. “Hebben, hebben, hebben!” roepen Tegest en Woody. Ze komen bovendien met allerlei ‘goede’ manieren om snel geld te verdienen: een online casino voor tieners. Of bejaarden ‘leegtrekken’. “Dikke vette monnie in je portemonnee!” roepen ze.
De sfeer, beelden, muziek, geluiden en dans in de voorstelling zijn prachtig, maar ook indringend. Tegest danst door de glitters, terwijl Woody met zijn dj-set muziek draait. De tinteling van rijkdom is te voelen in alles. De sfeer slaat om als Tegest vraagt of ze geld van Woody mag lenen. “Mag ik die €100 lenen? Wel of niet?” Woody aarzelt. “Wanneer krijg ik het dan terug?” vraagt hij. Tegest: “Je geeft toch ook liefde? Dan weet je toch ook niet wanneer je het terug krijgt? Je zwemt in het geld, je kunt het toch gewoon geven!” Ze wordt steeds bozer, totdat ze uiteindelijk onder de vloer kruipt. Die vloer, een stuk wit plastic onder een enorme laag glitterslingers, blaast zich langzaam op tot een enorme luchtbel. Terwijl Tegest eronder loopt met een zaklamp, kijken de kinderen stil toe. “Wow!”
De luchtbel waar Tegest in loopt, is een prachtige metafoor. Is het een verwijzing naar de luchtbel die extreme rijkdom feitelijk is? Of is het een weergave van de afzondering en eenzaamheid van Tegest, nu ze zich letterlijk afsluit van Woody en de rest van de snelle, rijke en luidruchtige wereld? In een zachte monoloog komt de kwetsbaarheid van Tegest naar voren: ze blijkt arm te zijn. “Ik heb een nieuwe jas gekocht online. Het voelde zó goed dat die jas nu van mij is. Het is net of mijn stress dan even verdwijnt. Alsof mensen mij dan opnieuw zien.” En even later: “Als ik heel veel geld zou hebben, zou ik een groot dorp kopen ergens in Nederland. Met mooie, lieve mensen. Waar mensen kleine verrassingen organiseren voor elkaar.” Woody reageert sceptisch: “Moeder Theresa is terug op aarde, en hier staat ze!” Tegest: “Woody, jij hebt ooit €100 besteed aan een Versace-shirt voor jezelf. Daarmee kun je in Ethiopië eten kopen voor vier maanden! Maar Woody denkt alleen aan zichzelf!” De kinderen joelen, roepen ‘boe’ en juichen. Het is duidelijk dat de voorstelling iets teweeg brengt.
Het contrast tussen Tegest en Woody wordt steeds duidelijker. “Dit is wat ik ben en wat ik heb”, zegt Tegest. “En je kunt geen koffertje met geld op de toonbank smijten en zeggen: ‘doe mij maar wat zij heeft’, want jij hebt dit niet en ik heb het wel.” Tegest is niet te koop, zo blijkt. “Dus dit was het?” vraagt ze. Terwijl de vriendschap voorbij lijkt, of op zijn minst enorm op de proef gesteld, eindigt de voorstelling toch nog luchtig en positief. “Zit-ie nou in zijn eentje Nutella te eten?” vraagt Tegest zich af. Ze duwt haar lepel in de pot en begint mee te eten.
(leerkracht groep 8 bs De Beemd, over de voorstelling 'Ik heb ik heb wat jij niet hebt'.
“Een heftige voorstelling”, zegt Linda Haerkens, leerkracht van groep 7-8 van basisschool ’t Kwekkeveld uit Schijndel, na afloop. En nadat ze de voorstelling heeft nabesproken met de klas: “De kinderen vonden het ‘raar, maar ook leuk’. Het was goed dat we het nabesproken hebben, want na enige uitleg van mij, snapten de kinderen het verhaal beter. Er zat een mooie boodschap in, maar het waren ook veel prikkels en soms dacht ik echt: help, wat is dit?!”
Dat gevoel mag er zijn, vindt Elsje van Boxtel, leerkracht van groep 8 van basisschool De Beemd uit Schijndel. “Ik bespreek altijd vooraf dat je bij theater nooit weet wat je kunt verwachten, en dat je het gewoon moet ondergaan”, vertelt ze. “Je mág het raar vinden. Je mag er zelf dingen uithalen en niks is fout.” Ook zij vond het nabespreken waardevol: “We hebben het er bijvoorbeeld over gehad wat nou écht gelukkig maakt. En de verandering in vriendschap hadden de meesten ook goed begrepen. Net als de boodschap met de vloer: één van de kinderen zei bijvoorbeeld dat ‘Woody haar niet goed kon zien’ en een ander dat ‘ze niet wilde dat anderen haar zagen’. Erg mooi!”
“Zonder een moreel oordeel te vellen, wilden wij een voorstelling maken over de soms oneerlijke verdeling in de wereld”, vertelt Lenneke van Wildpark. “Waar kom je vandaan? Wat voor effect heeft dat op hoe je met geld omgaat? En wat doet geld met jou?” Die kritische blik is ook bij de leerlingen van Elsje goed overgekomen: “Eén van hen zei dat Tegest aan het einde op een geldmonster leek. Samen kwamen we tot de conclusie dat als je geld hebt, je alleen maar méér wilt hebben. Al met al vond ik de voorstelling erg waardevol, ik vond het een goede ervaring voor ze!” Laat die kwetsbaarheid dus maar stralen. Dwars door de dikke lagen glitter heen.