Morele dilemma’s zetten leerlingen in Meierijstad aan het denken
Wat vind jij de beste keuze in deze complexe situatie? Wat kan jouw rol zijn in moeilijke tijden? En wat is vrijheid eigenlijk? Met deze en andere vragen zijn leerlingen in Meierijstad deze weken aan de slag. In het kader van 80 jaar vrijheid houden ze zich bezig met verschillende lesprogramma’s rondom morele dilemma’s. En dat is waardevol: “Het is heel belangrijk dat leerlingen hun eigen kompas ontwikkelen.”
“Je mag doen wat je wilt; daarbij heb je je eigen beeld. En de ander die verandert, net als jij,” dicht een jongen uit groep 8 van basisschool De Ark in Veghel. In de bibliotheek in Veghel volgt hij deze vrijdagochtend het lesprogramma ‘Stiekem goed doen’, dat de bibliotheek, Heemkundekring Vehchele, Erfgoed Brabant en voormalig stadsdichter van Meierijstad Rick Terwindt, ontwikkelden in opdracht van Cultuurkade Meierijstad. De ochtend bestaat uit vier opdrachten, die zich richten op lokale verhalen rondom de Tweede Wereldoorlog én op de vraag wat leerlingen zelf zouden doen in complexe situaties.
Wat zou jij doen?
Het duidelijkste voorbeeld daarvan is het dilemma van de familie Van den Tillaart uit Zijtaart, die tijdens de oorlog mensen liet onderduiken op hun boerderij. Wieteke Kamerling, jeugdbibliothecaris in Veghel, vertelt het verhaal van deze familie en legt de opdracht uit: drie leerlingen gaan bedenken waarom deze familie wél mensen zou moeten laten onderduiken en drie leerlingen waarom ze dat níet zouden moeten doen. Gaandeweg krijgen de leerlingen meer informatie over het gezin en wat er met ‘hun’ onderduikers is gebeurd: zo is de Joodse vrouw ‘Fientje’ bij de familie weggehaald en meegenomen door de Duitsers, terwijl het Joodse meisje ‘Irma’ de oorlog heeft overleefd dankzij de familie. De leerlingen hangen aan Wietekes lippen en leven zichtbaar mee. “Nu je dit weet, kun je dan nog meer argumenten voor of tegen verzinnen?” vraagt Wieteke. “Hmmm… nu wordt het misschien wel anders”, zegt één van de jongens. Je hoort de radertjes in hun hersenen ratelen.
“Nu ga ik voortaan altijd aan die onderduikers denken, als ik langs die boerderij fiets.”
Liegen in je poëziealbum
Naast deze opdracht zijn er nog een speurtocht, een opdracht met literatuur over de oorlog en het dichten met Rick Terwindt. Van het vervalsen van persoonsbewijzen tot een meisje dat altijd moest liegen over identiteit (“Zelfs in haar poëziealbum moest ze liegen!”), een tijdlijn over de oorlog en nadenken over de vraag: wat is vrijheid voor mij? Dit en meer komt deze ochtend allemaal voorbij. En het maakt zichtbaar indruk. “Kijk eens op deze foto uit de oorlog, welk gebouw is dat?” “Het is de bieb! Daar staan we nu! Wat cool!” En: “Hee, die boerderij van de familie Van den Tillaart, daar fiets ik altijd langs als ik naar voetbal ga. Nu ga ik voortaan altijd aan die onderduikers denken als ik daar fiets!”
Veel indruk maakt ook het verhaal over Paula Pottgiesser, een vrouw die in Veghel woonde en hier het verzet optuigde. Een beeldje van een kabouter in de etalage van haar boekwinkel speelde een rol in deze indrukwekkende geschiedenis. De kabouter is dan ook bekende kost voor de leerlingen en het enthousiasme is groot als blijkt dat de originele kabouter bewaard wordt in het archief van de bibliotheek. Na een speurtocht naar de juiste archiefkast zeggen de reacties alles: de leerlingen slaan hun hand voor hun mond, uiten kreten van verbazing en stoten elkaar aan: “Dit is de échte hè!”
Zorgen voor je medemens
De betrokkenheid en interesse in de groep valt ook Bas Verbeet, de leerkracht van deze groep, op. “Het is een leuke ochtend, met afwisselende werkvormen”, zegt hij. “Omdat de verhalen hier uit de buurt komen, zijn ze herkenbaarder en is de betrokkenheid groter. Ik hoop dat mijn leerlingen hieruit meenemen dat zorgen voor je medemens een belangrijke waarde is. De manier waarop mijn leerlingen vanochtend meegedaan hebben, hun enthousiasme… dat zegt genoeg!”
“Juf, dit was écht heel leuk! Dit moeten we vaker doen!”
Naast het programma van deze ochtend, ‘Stiekem goed doen?’, zijn er meer lesvormen rondom morele dilemma’s. De basis van deze lessen rondom morele dilemma’s is het lespakket ‘Wat is het je waard?’ dat werd ontwikkeld door Cultuurkade Meierijstad. Het is een lespakket met ethische vraagstukken die in de klas behandeld kunnen worden. Nico van Delst, voorheen leerkracht op De Ark, heeft een kleine 10 jaar met ‘Wat is het je waard?’ gewerkt en is enthousiast. “Daar zit zó veel in, in dat pakket”, vertelt hij. “De dilemma’s zijn in eerste instantie opgesteld rondom de Tweede Wereldoorlog, maar zijn ook toepasbaar op andere thema’s die spelen in de klas of in de wereld. Als leerkracht moet je nadenken over de vraag: hoe wil ik dat mijn leerlingen nadenken over ethiek? ‘Wat is het je waard?’ biedt dilemma’s waar leerlingen niet zelf emotioneel bij betrokken zijn, en die toch toepasbaar zijn op situaties in de klas, waar ze wél persoonlijk bij betrokken zijn. Ik heb het pakket steeds voor iedere klas op een nét andere manier doorgevoerd. Daarbij keek ik: wat heeft deze klas nodig? Tolerantie, weerbaarheid, beter luisteren naar elkaar…? Daar speelde ik dan met de dilemma’s op in. Met het lespakket heb ik al zó veel mooie gesprekken zien ontstaan. Vaak werkte dat bovendien nog even door; dan kwam een leerling een dag of week later terug bij mij: “Meneer, ik heb er toch nog eens over nagedacht…” Dan weet je dat er iets is blijven hangen en dat ze er écht iets aan hebben in hun dagelijks leven. Als leerkracht probeer je je leerlingen te begeleiden in hun ontwikkeling naar een moreel individu, dat mee kan draaien in de maatschappij. Het is heel belangrijk dat ze daarbij hun eigen kompas ontwikkelen.”
Blijven praten
Wieteke Kamerling, die betrokken was bij de ontwikkeling van het lesprogramma ‘Stiekem goed doen?’: “De kracht van dit programma zit in de koppeling van de morele dilemma’s aan de lokale verhalen en de omgeving die voor kinderen zo herkenbaar is. Bovendien blijft dit actueel, we moeten hier dan ook over blíjven praten. Ik moet daarbij denken aan een leerling uit de klas die de pilot voor dit lesprogramma draaide. Zij zei: “Juf, dit was écht heel leuk! Dit moeten we vaker doen!” Daar sluit ik me volledig bij aan!”